ECLI:NL:PHR:2011:BT8451
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot wijziging alimentatieconvenant wegens onvoldoende wijziging omstandigheden
De zaak betreft een verzoek van de man om het alimentatieconvenant, vastgelegd bij echtscheiding, te wijzigen. De man wilde de partner- en kinderalimentatie verlagen en stelde dat er nadere afspraken waren gemaakt, dat het convenant met grove miskenning van wettelijke maatstaven was gesloten en dat gewijzigde omstandigheden een aanpassing rechtvaardigden.
Het gerechtshof Arnhem vernietigde eerder een beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af. Het hof oordeelde dat er geen bewijs was voor nadere afspraken, dat de man onvoldoende financiële gegevens had aangeleverd om een duidelijke wanverhouding aan te tonen en dat de man het beroep op wijziging van omstandigheden had laten varen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel. De klachten van de man dat het hof een stilzwijgende afspraak had moeten aannemen, dat het hof onvoldoende rekening hield met financiële stukken en dat het hof de behoefte van de vrouw had moeten onderzoeken, werden verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat bij een wijzigingsverzoek op grond van grove miskenning van wettelijke maatstaven een duidelijke wanverhouding moet worden aangetoond en dat het ontbreken van voldoende gegevens dit onmogelijk maakt.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep verworpen moet worden, waarmee de afwijzing van het verzoek tot wijziging van het alimentatieconvenant definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het alimentatieconvenant is afgewezen en de oorspronkelijke alimentatieverplichtingen blijven van kracht.