ECLI:NL:HR:2011:BQ2800
Hoge Raad
- Verzet
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing hoog griffierechtstarief voor maatschap
In deze zaak heeft [Opposante] verzet aangetekend tegen de beslissing van de griffier van de Hoge Raad om het hoge griffierechtstarief van € 2.325,-- toe te passen op een maatschap, terwijl zij meende dat het lagere tarief van € 700,-- voor natuurlijke personen van toepassing zou moeten zijn.
De Hoge Raad stelt vast dat een maatschap geen rechtspersoon is, maar ook niet als natuurlijke persoon kan worden aangemerkt. De wet en toelichting bieden geen expliciete aanwijzing voor een afwijkende behandeling. Daarom moet de toepassing van het tarief worden bepaald aan de hand van een redelijke wetstoepassing in overeenstemming met de doelstelling van de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
De Hoge Raad concludeert dat het begrip natuurlijke persoon beperkt moet worden uitgelegd, terwijl het begrip rechtspersoon ruimer wordt gehanteerd. Gelet hierop en de praktijk waarin soortgelijke regelgeving wordt toegepast, is het gerechtvaardigd om het hoge tarief voor rechtspersonen toe te passen op een maatschap. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzet ongegrond en bevestigt dat voor een maatschap het hoge griffierechtstarief geldt.