ECLI:NL:PHR:2011:BU4900
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid uitsluitend recht en aanbestedingsregels bij afvalverwerking door overheidsbedrijf
De zaak betreft een geschil over de gunning van een opdracht voor de verwerking van huishoudelijk afval door de gemeente Westland aan het overheidsbedrijf HVC zonder voorafgaande openbare aanbesteding. AVR, een private onderneming, stelde dat deze gunning in strijd was met de aanbestedingsregels en EU-recht, en voerde onder meer aan dat HVC niet als aanbestedende dienst kon worden aangemerkt en dat sprake was van onrechtmatige staatssteun.
De Hoge Raad bevestigde dat HVC als aanbestedende dienst kwalificeert op grond van art. 17 van Pro het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten (Bao), omdat zij voorziet in behoeften van algemeen belang die niet van commerciële of industriële aard zijn. Het hof had terecht geoordeeld dat het uitsluitend recht aan HVC verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), mede gelet op de Teckal-doctrine, waardoor geen verdere toetsing aan het EU-recht noodzakelijk is.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het uitsluitend recht geografisch voldoende beperkt is, ook al vindt de verwerking van het afval buiten de gemeentegrenzen plaats, omdat de opdracht betrekking heeft op afval dat binnen de gemeente is ingezameld. De stellingen over ontoelaatbare staatssteun werden verworpen, aangezien geen bewijs was geleverd van een te hoog tarief of selectief voordeel voor HVC.
De Hoge Raad wees erop dat de geldigheid van het bestuursrechtelijke besluit tot verlening van het uitsluitend recht primair door de bestuursrechter moet worden beoordeeld, en dat de civiele rechter daaraan gebonden is zolang dit besluit niet is vernietigd. Het cassatieberoep van AVR werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AVR wordt verworpen; het uitsluitend recht aan HVC is rechtsgeldig en verenigbaar met EU-recht.