ECLI:NL:PHR:2011:BU6207
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling oud-medewerker AIVD wegens bezit staatsgeheime documenten en beoordeling eerlijk proces
In deze zaak werd een oud-medewerker van de AIVD veroordeeld voor het opzettelijk onder zich nemen en houden van staatsgeheime documenten afkomstig uit onderzoek van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). De zaak ontstond nadat het dagblad De Telegraaf geheime documenten van de dienst in bezit kreeg en publiceerde. Het hof behandelde de zaak in meerdere zittingen en oordeelde dat de verdachte voldoende begreep waartegen hij zich moest verdedigen, ondanks de ruime en complexe tenlastelegging.
De verdediging voerde onder meer aan dat de geheimhoudingsplicht van de AIVD de mogelijkheid tot een eerlijk proces ernstig belemmerde, met name door beperkingen in het ondervragingsrecht en het inzagerecht in bewijsmateriaal. De Hoge Raad stelde dat de wet geen uitzondering kent op de geheimhoudingsplicht voor verdachte ambtenaren, maar dat de rechter belangen moet afwegen om te waarborgen dat het proces eerlijk verloopt volgens art. 6 EVRM Pro. Het hof concludeerde dat de verdediging voldoende was gecompenseerd en dat geen sprake was van onaanvaardbare beperkingen.
Daarnaast werd de geldigheid van de dagvaarding betwist vanwege de ruime uitleg van de tenlastelegging en de onduidelijkheid over tijd en plaats. Het hof oordeelde dat de dagvaarding begrijpelijk was en de verdachte wist waartegen hij zich moest verdedigen. Ook werd vastgesteld dat het verschil in aantal geschoonde en ongeschoonde documenten geen reden gaf tot nader onderzoek of nietigheid. Het hof verwierp voorts het verweer dat de ambtsberichten van de AIVD niet rechtmatig waren verkregen, en bevestigde het staatsgeheime karakter van de documenten en het verband met de werkzaamheden van de verdachte.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde daarmee het arrest van het hof, waarmee de veroordeling tot gevangenisstraf van twee jaar gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte tot twee jaar gevangenisstraf wegens het onder zich houden van staatsgeheime documenten.