ECLI:NL:PHR:2012:BY0044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verlaagt gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij moordzaak
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens moord op zijn echtgenote. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep waarin meerdere middelen werden aangevoerd, waaronder het betwisten van het bewijs dat onrechtmatig verkregen zou zijn door schending van het beroepsgeheim van de huisarts.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht gebruik mocht maken van de verklaring van de huisarts, omdat verdachte toestemming had gegeven voor het vrijgeven van medische gegevens. Er was geen aanleiding voor nader onderzoek naar de geldigheid van die toestemming, aangezien dit verweer niet eerder was aangevoerd.
Verder werd het motief en de strafoplegging door het hof uitvoerig gemotiveerd, waarbij het hof een gevangenisstraf tussen 12 en 18 jaar als passend uitgangspunt hanteerde. De Hoge Raad verwierp het middel dat dit uitgangspunt onjuist zou zijn.
Wel werd het cassatiemiddel over de overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard. De Hoge Raad constateerde dat de termijnoverschrijding in de cassatiefase leidde tot een strafvermindering. Ook werd bevestigd dat de tijd die verdachte in voorarrest doorbracht volledig in mindering moet worden gebracht op de straf. De overige middelen faalden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en bepaalde dat de straf verlaagd moet worden wegens de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad verlaagt de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.