ECLI:NL:PHR:2011:BU6591
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum wettelijke rente bij niet nagekomen periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn gehuwd met huwelijkse voorwaarden waarin een periodiek verrekenbeding is opgenomen. Tijdens het huwelijk is geen uitvoering gegeven aan dit beding. Bij echtscheiding vordert de vrouw verrekening van de niet-verteerde inkomsten vermeerderd met wettelijke rente.
De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van een groot bedrag met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis. Het hof stelde echter de rente toe vanaf de dag van dagvaarding tot echtscheiding, omdat de vrouw toen aanspraak maakte op de rente en de man in verzuim zou zijn.
De Hoge Raad stelt dat de vordering uit hoofde van het periodiek verrekenbeding pas opeisbaar is bij het einde van het huwelijk, waarbij de periodieke verrekenbedingen die niet zijn nageleefd worden omgezet in een finale verrekenplicht. Verzuim en daarmee verschuldigdheid van wettelijke rente treden pas in na ingebrekestelling of onder bijzondere omstandigheden zonder ingebrekestelling.
Het hof heeft nagelaten vast te stellen of sprake was van ingebrekestelling of bijzondere omstandigheden en heeft ten onrechte de rente laten ingaan op de dag van dagvaarding. Daarom wordt het arrest vernietigd en verwezen ter verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug wegens onjuiste toepassing van de regels omtrent opeisbaarheid en verzuim bij periodieke verrekenbedingen.