ECLI:NL:PHR:2012:BR4486
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overdracht nieuw schoolgebouw door gemeente aan schoolbestuur geen levering voor omzetbelasting
Belanghebbende, een gemeente, heeft een nieuw schoolgebouw met ondergrond in volle eigendom overgedragen aan een stichting die het bevoegd gezag vormt van een school voor voortgezet onderwijs. De centrale vraag was of deze overdracht een levering in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) vormt, met gevolgen voor de heffing van omzetbelasting en een vergrijpboete.
De lagere rechterlijke instanties oordeelden dat de overdracht geen levering was omdat de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) de macht van het bevoegd gezag om als eigenaar over het gebouw te beschikken in belangrijke mate beperkt. De Stichting kon het gebouw slechts met toestemming van de gemeente vervreemden of verhuren, en de gemeente kon bij einde gebruik het eigendom terugkrijgen. Hierdoor ontbrak de vereiste macht om als eigenaar over het goed te beschikken.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de bepalingen van de WVO, waaronder artikelen 76b, 76n, 76q, 76r, 76s en 76u, van toepassing zijn en niet buiten werking kunnen worden gesteld door contractuele afspraken. De overdracht moet worden gekwalificeerd als het terbeschikking stellen van het gebouw tegen vergoeding en niet als een levering in de zin van de Wet OB. De boete wegens te late aangifte omzetbelasting wordt eveneens verworpen omdat geen sprake is van een verschuldigde belasting.
De zaak illustreert de complexiteit van de kwalificatie van transacties tussen publiekrechtelijke lichamen en de toepassing van fiscale regels in het kader van specifiek publiekrechtelijke regimes.
Uitkomst: De overdracht van het schoolgebouw is geen levering in de zin van de Wet op de omzetbelasting, waardoor naheffingsaanslag en boete worden vernietigd.