ECLI:NL:HR:1998:AA2409
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing aandelenruilfaciliteit bij holdingstructuur ondanks ontbreken economische motieven
Belanghebbende had zijn activiteiten ingebracht in twee besloten vennootschappen en wilde een holdingstructuur creëren door aandelenruil en fiscale eenheid. De Inspecteur weigerde deze transactie als aandelenfusie te erkennen, maar het Hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat de transactie een aandelenruil is in de zin van de fusierichtlijn, zonder aanwijzingen van belastingfraude of -ontwijking.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat de Richtlijn 90/434/EEG ook van toepassing is op nationale situaties die identiek zijn geregeld in de Wet. De striktere voorwaarden in artikel 14b van de Wet mogen niet leiden tot beperking van de faciliteit, tenzij belastingfraude of -ontwijking het hoofddoel is.
De Hoge Raad bevestigde dat de voorgenomen transactie als aandelenfusie moet worden behandeld, ook als er geen economische of financiële motieven zijn, omdat de Richtlijn dit niet vereist. De eis van economische motieven in de Wet is strijdig met de Richtlijn en dient buiten toepassing te blijven. Het cassatieberoep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aandelenruilfaciliteit wordt bevestigd zonder toepassing van de economische motieven-eis.