ECLI:NL:PHR:2012:BR7045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Samenloop van vrijstellingen energiebelasting voor metallurgische processen en grootverbruik
Belanghebbende, een producent van gietwerk, maakt aanspraak op twee vrijstellingen energiebelasting: voor elektriciteitsverbruik voor metallurgische processen (art. 36k lid 3 Wbm) en voor zakelijk verbruik boven 10 miljoen kWh (art. 36q Wbm). Het geschil betreft de wijze van samenloop van deze vrijstellingen.
De Rechtbank oordeelde dat beide vrijstellingen naast elkaar kunnen worden toegepast volgens een pro rata methode, waarbij het percentage elektriciteitsverbruik voor metallurgische processen evenredig wordt toegepast op het totale verbruik, zowel onder als boven de 10 miljoen kWh. De Minister stelde cassatieberoep in, stellende dat de vrijstelling voor grootverbruikers alleen geldt na aftrek van het metaalverbruik.
De Hoge Raad concludeert dat de wetsgeschiedenis geen eenduidige samenloopmethode voorschrijft, maar acht de pro rata methode het meest evenwichtig. Tevens wijst de Hoge Raad op een formele ontvankelijkheidskwestie: het verzoek om teruggaaf is niet-ontvankelijk voor de eerste drie kwartalen van 2006 wegens overschrijding van de termijn, tenzij een ander tijdvak is aangewezen door de Inspecteur. De zaak wordt voor feitenonderzoek verwezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de pro rata methode voor samenloop van vrijstellingen en wijst het beroep van de Minister af, met verwijzing voor nader feitenonderzoek naar ontvankelijkheid.