ECLI:NL:PHR:2012:BT2197
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van servicecertificaat als zelfstandige prestatie en verzekeringsvrijstelling in omzetbelasting
Belanghebbende verkoopt huishoudelijke apparaten en biedt klanten de mogelijkheid om tegen betaling een servicecertificaat aan te schaffen, waarmee defecte apparaten binnen een bepaalde periode kosteloos worden gerepareerd. De vraag was of de levering van het apparaat en de verstrekking van het servicecertificaat als één prestatie moeten worden aangemerkt voor de omzetbelasting en of het servicecertificaat als een vrijgestelde verzekeringsprestatie kan worden beschouwd.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de levering van het apparaat en het servicecertificaat één ondeelbare economische prestatie vormen, waarbij het servicecertificaat een bijkomende prestatie is die het fiscale lot van de hoofdprestatie deelt. Het Hof stelde dat het servicecertificaat geen verzekering is in de zin van de Wet op de omzetbelasting, omdat het geen verzekeringsrisico dekt maar slechts extra garantie biedt.
In cassatie stelde belanghebbende dat het servicecertificaat een zelfstandige prestatie is en dat een concreet en specifiek aspect van een prestatie een andere btw-behandeling kan krijgen. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het servicecertificaat ondergeschikt is aan de levering van het apparaat en dat de totale prestatie als één belastbare levering moet worden gezien. Tevens werd geoordeeld dat het servicecertificaat niet als verzekeringsdienst kan worden aangemerkt volgens de Zesde richtlijn en de Wet OB. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat levering van het apparaat en het servicecertificaat één belastbare prestatie vormen en dat het servicecertificaat niet als vrijgestelde verzekeringsprestatie kwalificeert.