ECLI:NL:PHR:2012:BT6466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging poging tot moord en gijzeling ondanks ontbreken direct contact en afwijzing psychische overmacht
De zaak betreft een verdachte die op 16 juni 2008 met geladen pistolen het stadhuis van Almelo binnenging met het voornemen wethouder [betrokkene 1] te doden. Hoewel het slachtoffer niet aanwezig was, gijzelde verdachte vijf medewerkers en uitte herhaaldelijk doodsbedreigingen richting het slachtoffer.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van verdachte als een begin van uitvoering van moord moeten worden beschouwd, ondanks het ontbreken van direct contact met het slachtoffer. De niet-voltooiing van het misdrijf werd veroorzaakt door omstandigheden buiten de wil van verdachte, waardoor het beroep op vrijwillige terugtred werd verworpen.
De verdediging voerde psychische overmacht aan, onderbouwd met rapporten van psychiater De Jong en het Pieter Baan Centrum. Het hof verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk was dat verdachte onder een zodanige van buiten komende drang stond dat hij daaraan geen weerstand kon bieden. De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp het cassatieberoep, waarbij ook de motivering en het bewijs werden beoordeeld als voldoende en begrijpelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot moord en gijzeling en wijst het beroep op vrijwillige terugtred en psychische overmacht af.