ECLI:NL:HR:2007:AZ6709
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot opzettelijk veroorzaken van ontploffing met gemeen gevaar
De verdachte werd veroordeeld voor poging tot het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing in een woning, waarbij sprake was van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen. Hij had de gaskranen van het fornuis volledig opengezet en de pitten verwijderd, waarna hij de woning verliet. Drie uur later meldde hij zich bij de politie en overhandigde de sleutel.
De verdediging voerde aan dat sprake was van vrijwillige terugtred, omdat de verdachte zichzelf had gemeld en de politie in staat had gesteld een explosie te voorkomen. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de gedragingen van de verdachte niet toereikend waren om te concluderen dat het misdrijf niet was voltooid door omstandigheden van zijn wil afhankelijk.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de gedragingen onvoldoende waren om vrijwillige terugtred aan te nemen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de straf tot zestien maanden en twee weken, waarvan vijf maanden en een week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot zestien maanden en twee weken gevangenisstraf, waarvan vijf maanden en een week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.