ECLI:NL:PHR:2012:BU1929
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aftrek omzetbelasting op algemene kosten bij gemengde onderwijsactiviteiten van een ROC
Belanghebbende, een regionaal opleidingscentrum (ROC), verzorgde middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, waarbij zij zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichtte. In geschil stond de aftrek van omzetbelasting over algemene kosten, zoals onderhoud en schoonmaak van schoolgebouwen met kantines die voor diverse doeleinden worden gebruikt.
De Rechtbank stelde vast dat belanghebbende economische activiteiten verricht voor het geven van onderwijs tegen vergoeding, mede door de heffing van les- en cursusgelden aan leerlingen van 18 jaar en ouder. De overheidssubsidies werden niet als vergoeding aangemerkt. De rechtbank kende een aanvullende teruggaaf toe op basis van de pro rata methode.
Het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat het middelbaar beroepsonderwijs niet als economische activiteit kwalificeert omdat de lesgelden aan het Rijk worden afgedragen en de subsidies niet als vergoeding gelden. Alleen de volwasseneneducatie werd als economische activiteit gezien. Voor de toerekening van de aftrek werd de pro rata methode toegepast, waarbij subsidies voor volwasseneneducatie buiten de noemer werden gelaten.
In cassatie staat centraal de vraag of het middelbaar beroepsonderwijs wel economische activiteit is, of de les- en cursusgelden als vergoeding kunnen worden aangemerkt, en of de pro rata methode voor de aftrek van voorbelasting correct is toegepast. De conclusie bespreekt uitgebreid jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad over economische activiteiten, subsidies, en de toerekening van voorbelasting bij gemengde activiteiten.
De Hoge Raad benadrukt dat subsidies die geen voordeel opleveren voor de overheid als verbruiker niet als vergoeding gelden en buiten de heffing blijven. De les- en cursusgelden verminderen de rijksbijdrage en vormen geen eigen inkomsten van belanghebbende. De pro rata methode is een praktische, zij het niet perfecte, methode voor de verdeling van aftrek tussen economische en niet-economische activiteiten. De zaak illustreert de complexiteit van btw-aftrek bij onderwijsinstellingen met gemengde financieringsstromen en activiteiten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het middelbaar beroepsonderwijs niet als economische activiteit geldt voor de btw en dat de pro rata methode aanvaardbaar is voor de aftrek van voorbelasting.