ECLI:NL:PHR:2012:BU5743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging faillissement ondanks betwisting misbruik van recht door belastingdienst
De Ontvanger van de Belastingdienst heeft het faillissement van verzoeker aangevraagd wegens onbetaalde belastingvorderingen. De rechtbank en het hof hebben het faillissement uitgesproken en dit oordeel bekrachtigd, ondanks betwisting door verzoeker van het bestaan van pluraliteit van schuldeisers en het verwijt van misbruik van recht door de Ontvanger.
Verzoeker stelde dat de Ontvanger onterecht het faillissement aanvroeg, onder meer omdat er nog gelden via derdenbeslag waren geïnd en dat er nog toekomstige inkomsten te verwachten waren. Het hof oordeelde echter dat summierlijk was gebleken dat verzoeker is opgehouden te betalen en dat het boedelactief nihil was, terwijl niet aannemelijk was gemaakt dat er binnenkort voldoende baten zouden zijn om een regeling te treffen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof in cassatie niet op feitelijke juistheid kan toetsen, maar slechts op evidente fouten. De klachten van verzoeker over het oordeel van het hof falen, mede omdat verzoeker onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd om het oordeel te weerleggen. Ook het verwijt van misbruik van recht door de Ontvanger wordt verworpen, omdat onvoldoende aannemelijk is dat de Ontvanger zijn bevoegdheid onrechtmatig heeft gebruikt.
De Hoge Raad wijst erop dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de Ontvanger een redelijk belang had bij het aanvragen van het faillissement en dat de omstandigheden niet leiden tot het oordeel dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Het beroep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het faillissement van verzoeker wordt bevestigd en het cassatieberoep verworpen.