ECLI:NL:PHR:2012:BU6509
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vaststelling beloning commissarissen bij bestuurswerkzaamheden binnen vennootschap
De zaak betreft de vraag of een commissaris die naast zijn toezichthoudende taak ook bestuurswerkzaamheden verricht binnen een vennootschap aanspraak kan maken op een aanvullende managementvergoeding die door de raad van commissarissen (RvC) zelf is vastgesteld. De statuten van Imeko Holding N.V. bepaalden dat de RvC bevoegd was om de bezoldiging van bestuurders vast te stellen, terwijl de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) de bezoldiging van de RvC vaststelt.
[Verweerder 2] was commissaris en vervulde daarnaast bestuurswerkzaamheden. De RvC had een aanvullende managementvergoeding vastgesteld die door de AvA niet was goedgekeurd. Het hof oordeelde dat de RvC bevoegd was om deze vergoeding vast te stellen, mede omdat de AvA op de hoogte was van de bestuursactiviteiten van de RvC en deze had gecontinueerd.
De Hoge Raad stelt dat de bevoegdheid tot vaststelling van bezoldiging afhangt van de formele kwaliteit van het orgaan dat de werkzaamheden verricht, niet van de aard van de werkzaamheden. De RvC blijft een toezichthoudend orgaan en wordt niet bestuurder zonder benoeming door de AvA. Daarom is alleen de AvA bevoegd om de bezoldiging van commissarissen vast te stellen, ook als zij bestuurswerkzaamheden verrichten.
Het arrest van het hof wordt vernietigd omdat het hof ten onrechte de bevoegdheid aan de RvC toekende om de aanvullende vergoeding vast te stellen zonder instemming van de AvA. De Hoge Raad benadrukt het belang van rechtszekerheid en het voorkomen van belangenconflicten bij de bevoegdheidsverdeling binnen de vennootschap.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat alleen de algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd is tot vaststelling van de bezoldiging van commissarissen, ook bij bestuurswerkzaamheden.