ECLI:NL:PHR:2012:BU6510
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onrechtmatige doorverwijzing in verrekenbeding huwelijkse voorwaarden
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding dat jaarlijkse verdeling van overschotten van inkomsten voorschreef. De man kocht tijdens het huwelijk aandelen in een BV met geleend geld, deels afgelost uit zijn inkomsten en deels uit smartengeld van de vrouw.
De vrouw vorderde de helft van de waardestijging van de aandelen, stellende dat het gehele bedrag uit overgespaarde inkomsten kwam. De rechtbank en het hof oordeelden dat slechts 11/30e deel van de waardestijging voor verrekening in aanmerking kwam, omdat het restant met smartengeld was betaald, wat niet als inkomen in de zin van het verrekenbeding werd gezien.
De Hoge Raad stelde vast dat de rechter na verwijzing het geding zelf moet afdoen zonder verdere verwijzing, tenzij de Hoge Raad dit expliciet toestaat. Omdat het hof dit verbod had geschonden door de zaak door te verwijzen naar de rechtbank, vernietigde de Hoge Raad het arrest en de daarop voortbouwende uitspraken.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat het bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW Pro inhoudt dat het vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij de man aannemelijk maakt dat financiering uit privévermogen kwam. De vrouw heeft dus slechts recht op 11/30e deel van de waardestijging.
De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof is vernietigd wegens onrechtmatige doorverwijzing en de vrouw heeft recht op 11/30e deel van de waardestijging van de aandelen.