ECLI:NL:HR:2008:BC6582
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. Van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Einde wettelijk deelgenootschap en recht op uitkering met wettelijke rente na echtscheiding
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij een wettelijk deelgenootschap bestond, dat eindigde door echtscheiding op 17 februari 1998. De man vorderde afrekening conform huwelijkse voorwaarden; de rechtbank kende hem een bedrag toe met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening vonnis. Het hof vernietigde dit en kende rente toe vanaf de datum van ontbinding huwelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat de vordering tot uitkering ontstaat bij het einde van het deelgenootschap, dus bij ontbinding van het huwelijk, en dat de vordering onmiddellijk opeisbaar is. Echter, het hof mocht niet zonder meer rente toekennen vanaf die datum zonder ingebrekestelling of een geval van verzuim zonder ingebrekestelling.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.