ECLI:NL:PHR:2012:BU8774
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag door aanrijding
Op 3 april 2005 reed de verdachte in zijn auto nabij de tennisbanen te Hoogeveen, waar zijn voormalige partner met hun kind stond. De partner haalde het kind uit de auto en liep met het kind op de arm langs de auto. De verdachte reed met hoge snelheid vooruit en reed de vrouw en het kind aan, waarna zij op de motorkap en vervolgens op straat vielen.
De rechtbank veroordeelde verdachte aanvankelijk voor poging tot moord en bedreiging, maar het hof stelde dit bij arrest van 27 november 2006 bij tot poging tot doodslag en bedreiging, waarbij het hof oordeelde dat verdachte zich ervan had moeten vergewissen waar de slachtoffers waren en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij zouden overlijden.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had, ook niet voorwaardelijk, en dat hij de slachtoffers niet had gezien. De Hoge Raad stelde vast dat het hof het juiste criterium voor voorwaardelijk opzet hanteerde en dat het hof op basis van verklaringen van getuigen en verdachte zelf aannemelijk had gemaakt dat verdachte de slachtoffers heeft gezien en bewust met vol gas op hen afreed.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de bewezenverklaring van poging tot doodslag. Het oordeel van het hof was voldoende gemotiveerd en begrijpelijk, waarbij het feit dat verdachte zijn hoofd naar voren richtte, zijn ogen open had en met hoge snelheid vooruit reed terwijl hij wist dat de slachtoffers voor de auto waren, doorslaggevend was.
Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte tot 27 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag en bedreiging in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag met een gevangenisstraf van 27 maanden.