ECLI:NL:PHR:2012:BU9925
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over griffierecht in cassatie bij onteigeningszaken
In deze zaak stond centraal de vraag welk griffierecht in cassatie verschuldigd is bij onteigeningsprocedures. Opposanten kwamen in verzet tegen een door de griffier geheven bedrag van €5.815,-, stellende dat het tarief van €710,-, dat geldt voor vorderingen van onbepaalde waarde, van toepassing zou moeten zijn.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat in cassatie het griffierecht in onteigeningszaken niet gekoppeld is aan de schadeloosstelling, maar aan het tarief voor vorderingen van onbepaalde waarde. De Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) had dit niet expliciet geregeld, maar een wetsvoorstel tot reparatie voorzag hierin.
De conclusie was dat het verzet gegrond is en dat het griffierecht in cassatie bij onteigeningszaken het lagere tarief van €710,- moet bedragen. Tevens werd opgemerkt dat de griffier abusievelijk een te hoog bedrag had gehanteerd. De uitspraak versterkt de transparantie en rechtvaardigheid van het griffierechtenstelsel in civiele zaken.
Uitkomst: Het verzet tegen het geheven griffierecht werd gegrond verklaard en het griffierecht vastgesteld op €710,-.