ECLI:NL:PHR:2012:BV6657
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kapitalisatiefactor en kostenvergoeding bij onteigening bedrijfsruimte
Deze zaak betreft een cassatieberoep van Dusseldorp Beheer B.V. c.s. tegen tussenvonnissen en een eindvonnis van de Rechtbank Zutphen over de schadeloosstelling wegens onteigening van bedrijfsruimte door de Gemeente Apeldoorn. Centraal staat de vraag of de rechtbank terecht een lagere kapitalisatiefactor (7 in plaats van 10) toepaste bij de berekening van de financieringsschade en de beoordeling van de kosten van juridische bijstand.
De rechtbank had geoordeeld dat Landus, de onteigende partij, eerder dan de termijn die overeenkomt met factor 10 zou verhuizen vanwege de minder geschikte locatie, en daarom factor 7 toepaste. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van de gebruikelijke factor 10 wordt afgeweken en dat de bewijslast onjuist is verdeeld. De deskundigen hadden juist factor 10 als uitgangspunt genomen en de rechtbank heeft niet concreet vastgesteld op welke termijn de verhuizing zou plaatsvinden.
Daarnaast is in cassatie beoordeeld of de rechtbank de kosten van juridische bijstand terecht heeft toegewezen. De Hoge Raad bevestigt dat kosten van rechtsbijstand volledig voor vergoeding in aanmerking komen mits redelijk en binnen redelijke omvang. De rechtbank heeft de kosten van de advocaat van Dusseldorp deels geschat wegens onvoldoende specificatie, wat onjuist is volgens de Hoge Raad. Ook is geoordeeld dat het uurtarief van de advocaat van Dusseldorp hoger was dan dat van de advocaat van de gemeente, zonder voldoende motivering. De Hoge Raad vernietigt het vonnis op het punt van de kapitalisatiefactor en verwerpt het incidentele beroep van de gemeente.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor de kapitalisatiefactor en verwerpt het incidentele beroep over kostenvergoeding, doet de zaak zelf af.