ECLI:NL:PHR:2012:BV1749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap en draagplicht van schulden bij kort huwelijk
Partijen zijn gehuwd in april 2008 en zijn per 1 oktober 2008 uit elkaar gegaan. Er ontstond een algehele gemeenschap van goederen, inclusief schulden bij ING en ABN AMRO die de man had aangegaan. De vrouw was onbekend met deze schulden en betwistte haar draagplicht.
De rechtbank bepaalde dat beide partijen ieder voor de helft verantwoordelijk waren voor de schulden. Het hof bekrachtigde dit oordeel, oordelend dat de schulden niet verknocht waren aan de man en dat geen uitzonderlijke omstandigheden bestonden om van de hoofdregel van gelijke verdeling af te wijken.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht wanneer en waarvoor de schulden zijn aangegaan en hoe de gelden zijn besteed, terwijl dit relevant is voor de vraag of de vrouw terecht voor de helft aansprakelijk is. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde klachten buiten beschouwing zijn gelaten. Daarom wordt het arrest vernietigd en terugverwezen voor nader onderzoek.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar verknochtheid en draagplicht van de schulden.