ECLI:NL:PHR:2012:BV1758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belanghebbenden bij verzoek tot verstrekking duplicaten van verloren gegane toonderaandelen
In deze zaak staat centraal de uitleg van het begrip belanghebbende in artikel 2:86d lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat betrekking heeft op de verstrekking van duplicaten van verloren gegane toonderaandelen. [Verzoeker] had duplicaten van vermiste aandelen in N.V. Bronwaterleiding Doorn aangevraagd, maar de gemeente en een andere partij kwamen in verzet tegen deze verstrekking. Het geschil spitste zich toe op de vraag wie als belanghebbende in de zin van deze bepaling kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank en het hof oordeelden dat niet alleen rechthebbenden aanspraak kunnen maken op verzet, maar ook andere aandeelhouders die een eigen belang hebben, bijvoorbeeld ter voorkoming van fraude of bescherming van hun aandeelhoudersrechten. Het hof baseerde zich daarbij op de ruime uitleg van het begrip belanghebbende in de verzoekschriftprocedure en op artikel 2:8 BW Pro dat redelijkheid en billijkheid in de onderlinge verhoudingen tussen aandeelhouders voorschrijft.
De Hoge Raad bevestigt dat de wetgever met de term "iedere belanghebbende" in art. 2:86d lid 4 BW een bredere groep bedoelt dan alleen rechthebbenden op de aandelen. De wetstekst en parlementaire geschiedenis laten geen beperking zien tot alleen rechthebbenden. Bovendien is de vrije overdraagbaarheid van toonderaandelen niet zodanig dat andere aandeelhouders geen belang kunnen hebben bij verzet tegen duplicaatverstrekking. De Hoge Raad verwijst ook naar eerdere jurisprudentie over het begrip belanghebbende in verzoekschriftprocedures en benadrukt dat een belanghebbende een eigen belang moet hebben dat door de uitkomst van de procedure kan worden geraakt.
De Hoge Raad wijst verder op de samenhang tussen de vereisten in art. 2:86d BW, zoals de noodzaak aannemelijk te maken dat het aandeelbewijs verloren is gegaan en dat de aanvrager gerechtigd is tot het aandeel, en de publicatie- en verzetprocedure. De plicht tot verstrekking van duplicaten volgt pas indien aan deze voorwaarden is voldaan en geen succesvol verzet wordt ingesteld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ruime uitleg van het begrip belanghebbende in art. 2:86d lid 4 BW wordt bevestigd.