ECLI:NL:PHR:2012:BV2020
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdige betaling griffierecht bij faillissementsprocedure
In deze zaak heeft de Coöperatieve Rabobank Noord Oost Veluwe U.A. verzocht om faillietverklaring van Atrecht Holding B.V. De rechtbank heeft het faillissement uitgesproken en het verzet van Atrecht Holding B.V. ongegrond verklaard. Het gerechtshof heeft deze vonnissen bekrachtigd. Vervolgens heeft Atrecht Holding BVBA en/of Atrecht Holding B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof.
De Hoge Raad beoordeelt echter dat het griffierecht niet tijdig is voldaan. Volgens de Wet griffierechten burgerlijke zaken dient het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift te worden betaald. Dit is niet gebeurd, ondanks een schriftelijke mededeling van de griffier aan de advocaat van verzoekster. Er is geen verzoek gedaan tot toepassing van de hardheidsclausule.
De Hoge Raad overweegt dat de beperking van het recht op toegang tot de rechter door griffierechten niet onverenigbaar is met artikel 6 EVRM Pro zolang het recht in zijn kern niet wordt aangetast. Er is geen bewijs dat verzoekster niet in staat is het griffierecht te voldoen. Daarom verklaart de Hoge Raad verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep en neemt het verzoekschrift niet verder in behandeling.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.