ECLI:NL:PHR:2012:BV2571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat werkelijke leiding moedermaatschappij fiscale eenheid in België was
De zaak betreft drie cassatieberoepen over de fiscale vestigingsplaats van X Holding B.V. (de belanghebbende) in de jaren 1997, 1998 en 1999. De kernvraag was of de werkelijke leiding van de moedermaatschappij van een fiscale eenheid met een Nederlandse dochter in Nederland of België was gevestigd. De belanghebbende stelde dat de werkelijke leiding in België lag, terwijl de inspecteur Nederland als vestigingsplaats aanvoerde.
De rechtbanken en het hof oordeelden dat de werkelijke leiding bij de directeur-enig aandeelhouder in België lag en dat de moedermaatschappij als verdragssubject moet worden beschouwd, niet de fiscale eenheid. Het hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat de fiscale eenheid als geheel het verdragssubject is en dat de plaats van leiding van de dochtermaatschappij in Nederland meeweegt.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en overweegt dat voor de toepassing van het belastingverdrag de civielrechtelijke entiteit bepalend is, waardoor moeder en dochter afzonderlijke verdragssubjecten zijn. De bewijslastverdeling is volgens de Hoge Raad niet onredelijk en het feitelijke oordeel van het hof over de plaats van werkelijke leiding is voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkelijke leiding van de moedermaatschappij in België was en verwerpt het cassatieberoep.