ECLI:NL:GHSHE:2010:BP6306
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- A.C.J. Viersen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling plaats van werkelijke leiding voor belastingplicht vennootschap
Belanghebbende, een vennootschap naar Nederlands recht, stelde dat haar werkelijke leiding in 1997 in België was gevestigd, waardoor zij niet in Nederland belastbaar is over haar eigen winst uit aanmerkelijk belang. De inspecteur betwistte dit en stelde dat belanghebbende feitelijk in Nederland werd geleid.
De rechtbank oordeelde dat het zwaartepunt van de beslissingen en feitelijke leiding bij de directeur-enig aandeelhouder in België lag. Het hof sloot zich hierbij aan en benadrukte dat het begrip 'werkelijke leiding' betrekking heeft op het nemen van kernbeslissingen en beleidsbepaling, wat door de heer X in België werd gedaan.
Het hof verwierp het argument van de inspecteur dat de aanwezigheid van administratieve werkzaamheden in Nederland en het feit dat belanghebbende naar Nederlands recht was opgericht, duidden op een Nederlandse vestigingsplaats. Ook het feit dat belanghebbende en haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid vormden, leidde niet tot een andere conclusie.
Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Het hof stelde tevens het griffierecht vast en wees op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad.
Deze uitspraak verduidelijkt de criteria voor de plaats van werkelijke leiding in het kader van dubbele belastingheffing en bevestigt dat feitelijke leiding zwaarder weegt dan formele vestigingsplaats.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de feitelijke leiding van belanghebbende in België lag.