ECLI:NL:PHR:2012:BV6662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt klachtvereiste bij vervolging belaging ondanks ontbreken formele klacht
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld voor belaging en bedreiging met een werkstraf en hechtenis. Verdachte stelde in cassatie dat het klachtvereiste voor het delict belaging niet was vervuld omdat er geen formele klacht van de aangeefster bestond.
De Hoge Raad overweegt dat het bestaan van een klacht ook kan worden aangenomen wanneer uit de aangifte blijkt dat de aangeefster ten tijde van het opmaken van het stuk de bedoeling had dat vervolging zou worden ingesteld. Het hof had vastgesteld dat de aangeefster dit wenste, mede gelet op haar wens geïnformeerd te worden over de strafzaak en het indienen van een vordering benadeelde partij.
Hoewel de slachtofferverklaring na de aangifte een andere wens lijkt te uiten, acht de Hoge Raad dit niet relevant voor de beoordeling van de intentie ten tijde van de aangifte. Het middel van cassatie faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het klachtvereiste voor belaging was vervuld.