ECLI:NL:HR:2012:BV6662
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klachtvereiste bij belaging zonder uitdrukkelijk verzoek tot vervolging
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het klachtvereiste bij het misdrijf belaging was vervuld, ondanks het ontbreken van een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging in de aangifte. De verdachte werd ervan verdacht tussen november 2007 en april 2008 herhaaldelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer te hebben geschonden door onder meer dreigende sms-berichten, telefoontjes, brieven en intimiderend gedrag.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat er geen geldige klacht was ingediend door het slachtoffer. Volgens de raadsman ontbrak het aan een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging en wilde het slachtoffer juist geen straf tegen de verdachte. Het hof oordeelde echter dat uit de verklaring van het slachtoffer en haar wens om geïnformeerd te worden over de strafzaak kon worden afgeleid dat zij wel degelijk vervolging wenste.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar de jurisprudentie dat een klacht ook kan worden aangenomen als uit het onderzoek blijkt dat de klager ten tijde van de aangifte de bedoeling had dat vervolging zou worden ingesteld, ook zonder een expliciet verzoek. Het beroep van de verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het klachtvereiste is vervuld en de vervolging is ontvankelijk.