ECLI:NL:PHR:2012:BV7417
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitreiking appeldagvaarding en weigering ontvangst door verdachte
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte bij verstek veroordeeld voor diefstal en vernieling. Verdachte stelde cassatie in tegen dit vonnis. Een belangrijk punt in cassatie was of de advocaat van verdachte in eerste aanleg voldoende op de hoogte was gesteld van het hoger beroep van het Openbaar Ministerie, en of de uitreiking van de appeldagvaarding aan verdachte rechtsgeldig was, ondanks dat verdachte weigerde de ontvangst te tekenen.
De Hoge Raad overwoog dat de machtiging van een advocaat in eerste aanleg geldt tot het moment dat de uitspraak onherroepelijk is of een rechtsmiddel is ingesteld. Het hoger beroep van het OM beëindigde de eerste aanleg, waardoor het hof niet verplicht was de advocaat een kopie van het hoger beroep te sturen. De appeldagvaarding was ruim twee maanden voor de zitting aan verdachte persoonlijk uitgereikt, ondanks dat verdachte weigerde te tekenen, en dat is voldoende voor een geldige betekening.
De Hoge Raad besprak ook de hypothetische vraag of een weigering van verdachte om een dagvaarding in ontvangst te nemen gelijkgesteld kan worden met uitreiking in persoon. De conclusie was dat weigering van ontvangst door verdachte inderdaad als uitreiking in persoon moet worden beschouwd, om te voorkomen dat verdachte zich kan onttrekken aan de rechtsgang. Dit standpunt werd ondersteund door wetsgeschiedenis en ministeriële toelichting. Beide cassatiemiddelen werden verworpen en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het hoger beroep van het OM is ontvankelijk ondanks weigering ontvangst appeldagvaarding.