ECLI:NL:PHR:2012:BV9432
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader met zoon wegens psychische problematiek moeder en belangenafweging
De zaak betreft een verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn zoon, die bij de moeder verblijft. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit en kampt met ernstige psychische problematiek, waardoor zij niet in staat is de omgang praktisch en emotioneel te begeleiden. Het hof heeft een deskundigenonderzoek gelast, maar de moeder verleende geen medewerking vanwege haar angst en psychische toestand.
Na rapportage van deskundigen en een zitting heeft het hof het verzoek van de vader afgewezen op grond dat omgang zonder steun van de moeder een bedreiging vormt voor de evenwichtige ontwikkeling van het kind. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht een belangenafweging heeft gemaakt en dat de weigering van medewerking door de moeder niet automatisch leidt tot toewijzing van het verzoek.
De Hoge Raad benadrukt dat ontzegging van omgang alleen is toegestaan bij zwaarwegende belangen van het kind en dat de medewerking van de moeder, gelet op de leeftijd van het kind, noodzakelijk is voor het welslagen van omgang. De klacht dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd, wordt verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn zoon wordt afgewezen wegens onvoldoende draagkracht van de moeder en zwaarwegende belangen van het kind.