ECLI:NL:PHR:2012:BW1260
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 3:324 lid 2 BW op verjaring van verbeurde dwangsommen tijdens hoger beroep
In deze zaak staat centraal of de verjaring van verbeurde dwangsommen tijdens een hoger beroepsprocedure doorloopt of dat art. 3:324 lid 2 BW Pro van toepassing is, waardoor de verjaring wordt geschorst en opnieuw begint na het einde van de procedure.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Assen had Sunoil Biodiesel B.V. veroordeeld tot levering van biodiesel onder aanzegging van dwangsommen. Sunoil stelde hoger beroep in, waarna het hof Leeuwarden het vonnis bekrachtigde en de dwangsommen toekende. Gulf Oil vorderde betaling van de dwangsommen, maar er ontstond discussie over de vraag of de verjaringstermijn van zes maanden uit art. 611g Rv tijdens het hoger beroep doorliep of werd geschorst.
De Hoge Raad stelt dat art. 3:324 lid 2 BW Pro, dat ziet op de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken, ook van toepassing is op de verjaring van dwangsommen. Dit betekent dat de verjaringstermijn wordt geschorst door het instellen van een rechtsmiddel en opnieuw begint na afloop van de procedure. De ratio hiervan is dat het onbillijk zou zijn de verjaring te laten doorlopen terwijl de vordering nog onderwerp is van een gerechtelijke procedure.
De Hoge Raad verwerpt de klachten van Kratos (rechtsopvolger van Sunoil) die betoogde dat art. 3:324 lid 2 BW Pro niet van toepassing zou zijn en dat de verjaring uitsluitend door stuitingshandelingen van de schuldeiser kan worden onderbroken. Ook het incidentele cassatieberoep van Gulf Oil wordt verworpen. De conclusie is dat de verjaring van de dwangsommen tijdens het hoger beroep is geschorst en pas na het arrest van het hof opnieuw begint te lopen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde dat art. 3:324 lid 2 BW de verjaring van dwangsommen tijdens hoger beroep schorst.