ECLI:NL:PHR:2012:BW5136
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname aan terroristische organisatie en opruiing tegen openbaar gezag
De zaak betreft de deelname van verdachte aan een terroristische organisatie die tot doel had het plegen van strafbare feiten, waaronder opruiing tot geweld tegen het openbaar gezag en aanzetten tot haat en geweld. Het hof stelde vast dat verdachte meerdere bijeenkomsten bijwoonde, opruiende en bedreigende geschriften bezat en verspreidde, en actief deelnam aan de organisatie.
De Hoge Raad bevestigde dat deelneming aan een organisatie strafbaar is indien iemand behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in of gedragingen ondersteunt die gericht zijn op het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie. Dit kan ook bestaan uit handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zoals het bijwonen van bijeenkomsten en het opslaan van opruiende geschriften.
De verdediging voerde onder meer aan dat de bewijsvoering onvoldoende was en dat het gebruik van afgeluisterde gesprekken (OVC-gesprekken) onrechtmatig was, maar het hof oordeelde dat deze gesprekken betrouwbaar waren en dat de verdediging voldoende gelegenheid had gehad om deze te toetsen. Ook werden verzoeken tot het horen van diverse getuigen afgewezen wegens onvindbaarheid of onvoldoende noodzaak.
Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf voor deelname aan een terroristische organisatie en gerelateerde misdrijven. De Hoge Raad verwierp de cassatiegronden en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf wegens deelname aan een terroristische organisatie en opruiing.