ECLI:NL:PHR:2012:BW5161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende bewijs deelneming terroristische organisatie
In deze zaak stond verdachte terecht voor deelneming aan een terroristische organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven en terroristische misdrijven, zoals opruiing en bedreiging. Het gerechtshof had verdachte veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen.
De verdediging verzocht om het horen van diverse getuigen en deskundigen, maar het hof wees deze verzoeken af op grond van onvoldoende noodzaak, onvindbaarheid van getuigen of eerdere ondervragingen. De Hoge Raad bevestigde dat de verdediging in eerdere stadia voldoende gelegenheid had gehad tot ondervraging, en dat het hof de afwijzing van hernieuwde oproepingen niet onbegrijpelijk had gemotiveerd.
Juridisch herhaalde de Hoge Raad de criteria omtrent deelneming aan een organisatie zoals neergelegd in artikel 140 en Pro 140a Sr, waarbij deelneming vereist dat de verdachte behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in of ondersteuning biedt aan gedragingen die het oogmerk van de organisatie realiseren. Hoewel het hof aannam dat verdachte lid was van een gestructureerd samenwerkingsverband met radicale islamitische opvattingen en scholingsactiviteiten, oordeelde de Hoge Raad dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk een aandeel had gehad in of gedragingen ondersteunde die strekten tot het verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
De Hoge Raad vond de bewezenverklaring omtrent het bestanddeel deelneming onvoldoende gemotiveerd en vernietigde het arrest van het hof. De zaak werd verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van deelneming en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.