ECLI:NL:HR:2012:BW5161
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring deelneming aan criminele en terroristische organisatie wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor deelneming aan een criminele en terroristische organisatie in de zin van artikel 140 en Pro 140a Sr. Het hof had vastgesteld dat verdachte meerdere bijeenkomsten bijwoonde, opruiende en bedreigende teksten bezat en verspreidde, en materiaal met betrekking tot de gewelddadige jihad verzamelde.
De Hoge Raad herhaalt het juridische kader omtrent het begrip deelneming: een persoon moet behoren tot de organisatie en een aandeel hebben in of gedragingen ondersteunen die strekken tot de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voorwaardelijk opzet is niet voldoende, noch is vereist dat de verdachte opzet had op concrete misdrijven.
Hoewel het hof uitgebreid de gedragingen van verdachte heeft beschreven, oordeelt de Hoge Raad dat uit deze gedragingen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de organisatie in de zin van het wetboek. De bewezenverklaring is daarom onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.