ECLI:NL:HR:2008:BD3688
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn na afwijzing getuigenverzoek
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld voor verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en ontucht met minderjarig kind tot een gevangenisstraf van drie jaar. De verdediging verzocht het hof om een getuige, ex-partner van de verdachte, te horen op basis van een brief waarin zij haar eerdere beschuldigingen introk.
Het hof wees het verzoek af omdat de getuige reeds tweemaal was gehoord door de rechter-commissaris in aanwezigheid van de raadsman en de brief onvoldoende aanleiding gaf om haar opnieuw te horen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf toepaste bij de beoordeling van het verzoek en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro en verminderde de straf met twee jaar en tien maanden. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd met twee jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het getuigenverzoek werd terecht afgewezen.