ECLI:NL:PHR:2012:BW5879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van de thuiskopievergoeding bij kopiëren uit illegale bronnen
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 16c van de Nederlandse Auteurswet, dat de thuiskopievergoeding regelt voor het maken van privé-kopieën van auteursrechtelijk beschermd werk. De kernvraag is of bij de bepaling van deze vergoeding ook rekening mag worden gehouden met kopieën die zijn gemaakt uit illegale, niet-geautoriseerde bronnen.
De Hoge Raad stelt vast dat de wetgever met artikel 16c Aw zowel kopiëren uit legale als uit illegale bronnen heeft willen omvatten en dat de thuiskopievergoeding ook voor beide gevallen verschuldigd is. Dit is mede ingegeven door de praktische onmogelijkheid en onwenselijkheid van handhaving tegen privé-kopiëren, ongeacht de bron. De regeling beoogt een billijke compensatie voor makers, ook voor schade door illegale reproducties.
De zaak bevat een uitgebreide analyse van de verhouding tussen de Nederlandse wet en Europese richtlijnen, met name de Auteursrechtrichtlijn 2001/29/EG en de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG. De Hoge Raad overweegt dat de Nederlandse regeling niet strijdig hoeft te zijn met deze richtlijnen, maar legt prejudiciële vragen aan het HvJ-EU voor om de uitleg van de Europese bepalingen te verhelderen.
Verder behandelt de Hoge Raad procedurele aspecten, zoals de ontvankelijkheid van partijen na fusies en de proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de thuiskopievergoeding ook betrekking heeft op kopiëren uit illegale bronnen en dat de Nederlandse regeling in dat opzicht richtlijnconform kan worden uitgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de thuiskopievergoeding ook kopiëren uit illegale bronnen omvat en legt prejudiciële vragen aan het HvJ-EU voor.