ECLI:NL:PHR:2012:BW6184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging TBS-maatregel bij weigering gedragskundig onderzoek en redelijke termijn cassatie
In deze zaak werd verdachte door het Hof Arnhem veroordeeld voor doodslag tot twaalf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging opgelegd. Verdachte had geweigerd mee te werken aan gedragskundig onderzoek, waardoor deskundigen geen definitieve stoornis konden vaststellen. Het hof baseerde zich op dossieronderzoek, verklaringen van getuigen, gedragskenmerken en eerdere rapportages om toch een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van geestvermogens vast te stellen.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter een eigen verantwoordelijkheid heeft om vast te stellen of aan de wettelijke criteria voor TBS is voldaan, ook als gedragsdeskundigen geen stoornis kunnen bevestigen vanwege gebrek aan medewerking van verdachte. De rechter hoeft niet gebonden te zijn aan het advies van deskundigen en mag op basis van alle beschikbare informatie een oordeel vormen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat er in de cassatiefase wel sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de straf ambtshalve wordt verminderd. In de overige fasen van de procedure was geen sprake van termijnoverschrijding. Het beroep wordt verder verworpen.
Deze uitspraak verduidelijkt de grenzen van het bewijsrecht bij TBS en benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de rechter bij vaststelling van psychische stoornissen, zeker bij weigering van onderzoek door verdachte. Ook wordt het belang van redelijke termijnen in cassatieprocedures onderstreept.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de oplegging van TBS met dwangverpleging en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in de eerste cassatiefase.