ECLI:NL:PHR:2012:BW6660
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens procesrechtelijke tekortkomingen
Verdachte werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof oordeelde dat geen schriftuur houdende grieven was ingediend. Uit het dossier blijkt echter dat namens verdachte tijdig een grievenformulier was ingediend, maar dat dit pas na de terechtzitting door de rechtbank aan het hof werd verzonden.
Daarnaast was er sprake van een procesrechtelijk verzuim doordat de raadsman van verdachte geen afschrift van de appèldagvaarding had ontvangen, terwijl hij zich wel als raadsman had gesteld. Dit is in strijd met artikel 51, tweede volzin, Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard zonder deze procesrechtelijke tekortkomingen te onderzoeken. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste procesregels.
De conclusie benadrukt het belang van een goede procesorde en dat twijfel over de naleving van procesvoorschriften eerst moet worden opgehelderd voordat tot niet-ontvankelijkheid wordt overgegaan. De zaak zal dus opnieuw worden behandeld met correcte waarborgen voor de verdediging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.