ECLI:NL:HR:2011:BQ2467
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-naleving van art. 51 Sv leidt tot vernietiging arrest en terugwijzing zaak
In deze cassatieprocedure oordeelt de Hoge Raad dat het voorschrift van artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat de raadsman een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep ontvangt, niet is nageleefd. De raadsman had wel een stelbrief ingediend waarin hij aangaf de verdachte in twee zaken te zullen bijstaan, maar het hof bevestigde slechts de ontvangst van die brief zonder aan de raadsman de dagvaarding toe te zenden.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was noch de verdachte noch zijn raadsman aanwezig, hetgeen de Hoge Raad problematisch acht omdat het voorschrift bedoeld is om de belangen van de verdachte te waarborgen. De Hoge Raad benadrukt dat dit voorschrift zo belangrijk is dat niet-naleving ervan de geldige behandeling van de zaak in hoger beroep buiten aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsman in de weg staat.
De Hoge Raad stelt dat alleen indien de rechter redelijkerwijs mag aannemen dat de verdachte geen prijs stelt op aanwezigheid of vertegenwoordiging door zijn raadsman, hiervan kan worden afgeweken. In dit geval is niet gebleken dat de rechter zich ervan heeft vergewist dat het voorschrift was nageleefd of dat een uitzondering van toepassing was.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en afdoening. Deze uitspraak onderstreept het belang van correcte procesvoering en het waarborgen van het recht op verdediging in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens niet-naleving van art. 51 Sv.