ECLI:NL:HR:2010:BN4306
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens vermoedelijke indiening grieven
In deze strafzaak stelde de verdachte beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep wegens het niet indienen van een schriftuur met grieven binnen de wettelijke termijn.
Het hof oordeelde dat de verdachte geen schriftuur had ingediend en ook niet mondeling bezwaren had opgegeven tijdens de terechtzitting, mede omdat zijn raadsman niet uitdrukkelijk was gemachtigd. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad stelde echter vast dat een kopie van een formulier 'Hoger Beroep' met een stempelafdruk van ontvangst binnen de termijn was overgelegd, hoewel het origineel niet in het dossier zat. Dit gaf voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat de schriftuur wel degelijk was ingediend maar verloren is geraakt.
Op grond hiervan vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een volledige inhoudelijke behandeling. De Hoge Raad benadrukte daarmee het belang van ontvankelijkheid bij tijdige indiening en zorgvuldige procedurele behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaarde en wijst de zaak terug voor nieuwe berechting.