ECLI:NL:PHR:2012:BW6662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens schending redelijke termijn en ontbreken gemotiveerde beslissing vordering benadeelde partij
In deze jeugdzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot 42 dagen jeugddetentie voor medeplegen van het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten. Daarnaast werd een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie vervangen door een taakstraf. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met een middel dat klaagt over overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad constateert dat in eerste aanleg en hoger beroep de zaak binnen de maximale termijnen voor jeugdzaken is behandeld. Wel is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, doordat de stukken pas ruim zes maanden na het instellen van cassatie bij de Hoge Raad zijn ontvangen. Dit leidt tot een gegronde klacht over termijnoverschrijding.
Voorts wijst de Hoge Raad ambtshalve op het ontbreken van een met redenen omklede beslissing door het hof over de vordering van de benadeelde partij, terwijl het hof daartoe op grond van de wet verplicht was. Dit gebrek leidt tot vernietiging van het arrest voor zover het de strafoplegging en de beslissing over de vordering betreft.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing over de vordering van de benadeelde partij. De Hoge Raad benadrukt dat het hof bij de strafoplegging rekening heeft gehouden met het lange tijdsverloop, waardoor geen straf is opgelegd die tot hernieuwde jeugdinrichting zou leiden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van de redelijke termijn in cassatie en het ontbreken van een gemotiveerde beslissing over de vordering van de benadeelde partij, waarna de zaak wordt terugverwezen.