ECLI:NL:HR:2011:BQ3901
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken beslissing over vordering benadeelde partij
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 14 juni 2011 arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 juli 2009. De zaak betreft een strafzaak waarin de benadeelde partij een schadevergoeding vorderde.
De rechtbank had de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 61,10. Volgens de Hoge Raad duurde de voeging van de benadeelde partij in hoger beroep voort voor zover de schadevergoeding was toegewezen. Het hof was ingevolge de artikelen 335 en 361, vierde lid, in verbinding met artikel 415 Sv Pro verplicht om een met redenen omklede beslissing te nemen over deze vordering.
Het hof had echter nagelaten om een beslissing te nemen over de vordering van de benadeelde partij, waardoor het arrest in zoverre niet in stand kon blijven. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor zover het geen beslissing bevatte over deze vordering en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van dit onderdeel. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het geen beslissing bevat over de vordering van de benadeelde partij en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.