ECLI:NL:PHR:2012:BW6744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring van een strook grond tussen buren afgewezen wegens ontbreken ondubbelzinnig bezit
Deze zaak betreft een geschil tussen buren over een smalle strook grond, de zogenaamde 'taartpunt', gelegen tussen hun percelen. Eisers vorderden onder meer dat zij eigenaar zouden zijn geworden van deze strook krachtens verkrijgende verjaring op grond van artikel 3:105 BW Pro. De rechtbank wees deze vordering af, waarna eisers in hoger beroep hun standpunt wijzigden en tevens de grenslijn wilden laten vaststellen conform een door hen gestelde erfafscheiding.
Het gerechtshof 's-Gravenhage oordeelde dat eisers niet hadden bewezen dat zij ondubbelzinnig bezit hadden uitgeoefend over de 'taartpunt' gedurende de vereiste termijn van twintig jaar. Het hof wees ook het verzoek tot een tweede pleidooi af, omdat dit in strijd zou zijn met de eisen van een goede procesorde en de wederpartij gemotiveerd bezwaar had gemaakt.
In cassatie is het oordeel van het hof bevestigd. De Hoge Raad benadrukte dat voor verkrijging door verjaring geen goede trouw vereist is, maar wel ondubbelzinnig bezit. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het bewijs niet voldeed aan deze eis. Daarnaast is het afwijzen van het verzoek tot een tweede pleidooi niet onbegrijpelijk of onrechtmatig, mede gelet op het feit dat partijen reeds gelegenheid hadden gehad hun standpunten mondeling toe te lichten en dat het verzoek om pleidooi niet diende om nieuwe getuigen te horen. De cassatie is verworpen.
Uitkomst: Eisers zijn geen eigenaar geworden van de strook grond door verjaring en het verzoek tot een tweede pleidooi is terecht afgewezen.