ECLI:NL:HR:2012:BW6744

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01859
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:105 BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 12 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing beroep op verkrijgende verjaring inzake stuk grond

In deze zaak stond het beroep op verkrijgende verjaring met betrekking tot een stuk grond centraal. Eiser c.s. had in eerdere instanties een beroep gedaan op verkrijgende verjaring, maar dit werd door de rechtbank en het gerechtshof afgewezen. Vervolgens werd in cassatie het beroep voortgezet.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de lagere instanties en stelt vast dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Er is geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarnaast is een verzoek om pleidooi in appel afgewezen, wat ook onderdeel was van het geschil. De Hoge Raad bevestigt de eerdere beslissingen en veroordeelt eiser c.s. in de kosten van het cassatieproces.

Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

13 juli 2012
Eerste Kamer
11/01859
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering en mr. L. Kelkensberg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 69312/HA ZA 07-2178 van de rechtbank Dordrecht van 30 mei 2007 en 21 mei 2008;
b. de arresten in de zaak 200.010.004/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 december 2009, 17 augustus 2010 en 21 december 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 8 juni 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, F.B. Bakels, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 juli 2012.