ECLI:NL:PHR:2012:BW7369
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor mensenhandel minderjarige met seksuele uitbuiting
De zaak betreft een veroordeling door het Gerechtshof Arnhem voor mensenhandel in vereniging, waarbij de verdachte betrokken was bij het werven, vervoeren en uitbuiten van een minderjarige vrouw met het oog op seksuele uitbuiting.
De minderjarige werd onder valse voorwendselen uit Litouwen naar Nederland gebracht, waar zij gedwongen werd tot prostitutie. Zij was afhankelijk van de verdachte en zijn mededaders, kon niet over haar paspoort beschikken en werd financieel uitgebuit. Diverse verklaringen van het slachtoffer en getuigen, alsmede proces-verbalen en agenda's met administratie van verdiensten, werden als bewijsmiddelen gebruikt.
De verdachte stelde in cassatie dat het oogmerk van uitbuiting niet voldoende was bewezen en dat het bevel tot gevangenneming onrechtmatig was. De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs toereikend was om het oogmerk aan te nemen en dat het cassatieberoep tegen het bevel tot gevangenneming niet ontvankelijk was. De gevangenisstraf gaat in op de dag van het arrest, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensenhandel en verklaart het cassatieberoep tegen het bevel tot gevangenneming niet-ontvankelijk.