ECLI:NL:PHR:2012:BW7479
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gevolgen onttrekking advocaat voorafgaand aan comparitie in hoger beroep bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
De zaak betreft een geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen na hun echtscheiding. De vrouw stelde cassatie in tegen arresten van het hof Leeuwarden, waarin onder meer was beslist over de verdeling van de boedel, de levering van een onroerende zaak en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden.
Tijdens het hoger beroep trok de advocaat van de vrouw zich terug voorafgaand aan een door het hof bevolen comparitie van partijen. Het hof besloot de comparitie niet door te laten gaan omdat de vrouw geen nieuwe advocaat had gesteld. De man kreeg vervolgens de gelegenheid om bij akte nadere inlichtingen te verstrekken, waarop de vrouw niet kon reageren.
De vrouw stelde in cassatie dat dit haar procespositie had geschaad, omdat zij niet in de gelegenheid was gesteld zich uit te laten over nieuwe producties en de man een betalingstermijn werd opgelegd zonder dat dit was gevorderd. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat onttrekking van de advocaat niet leidt tot schorsing van de procedure en dat het hof niet verplicht is een comparitie door te laten gaan zonder procesvertegenwoordiging. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat onttrekking van de advocaat niet leidt tot schorsing van de procedure en dat het hof niet verplicht is een comparitie door te laten gaan zonder procesvertegenwoordiging.