ECLI:NL:PHR:2012:BW7483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvaststelling bedrijfsruimte en toepassing art. 7:303 lid 3 BW bij verbeteringen door huurder
De zaak betreft een geschil over de huurprijs van een bedrijfsruimte te 's-Gravenhage, waarin de huurder sinds 1984 een kapsalon exploiteert. De huurder heeft in 1988 voor eigen rekening verbouwingen uitgevoerd, waaronder de aanbouw van een serre en het verwijderen van een gangmuur, waardoor de vloeroppervlakte werd uitgebreid.
De verhuurders vorderden een hogere huurprijs, waarbij zij wilden dat de huurprijs werd vastgesteld op basis van de volledige oppervlakte inclusief de in 1988 aangebrachte uitbreidingen. De huurder stelde zich op het standpunt dat deze uitbreidingen als verbeteringen op zijn kosten niet in de huurprijs mogen worden meegenomen, conform art. 7:303 lid 3 BW Pro.
De kantonrechter en het hof wezen de vordering van de verhuurders af, stellende dat de kosten van de verbetering substantieel waren en dat er geen sprake was van een bijzondere geschiktheid van het gehuurde die met betrekkelijk geringe kosten beter kon worden ingericht. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het derde lid van art. 7:303 BW Pro geen relatie legt tussen de mogelijkheid voor de huurder om de investering terug te verdienen en de huurprijsverhoging. De uitzondering op de hoofdregel geldt slechts indien de verbetering met betrekkelijk geringe kosten is aangebracht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verhuurders en bevestigde dat de huurprijs moet worden vastgesteld zonder rekening te houden met de door de huurder aangebrachte waardeverhogende verbeteringen, tenzij deze betrekkelijk geringe kosten met zich meebrengen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verhuurders wordt verworpen; de huurprijs wordt vastgesteld zonder rekening te houden met de door de huurder aangebrachte verbeteringen.