ECLI:NL:PHR:2012:BW8773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen poging tot afpersing met bedreiging van meerdere personen
De zaak betreft een periode van december 2007 tot februari 2008 waarin verdachte samen met anderen betrokken was bij het innen van vorderingen op twee slachtoffers, waarbij ernstige bedreigingen werden geuit. Verdachte was commercieel medewerker bij een bedrijf dat vorderingen had op de slachtoffers en werkte nauw samen met medeverdachten die de bedreigingen uitvoerden.
Het hof stelde vast dat verdachte op de hoogte was van de vorderingen en de dreigingen, maar geen poging deed om deze te stoppen. Integendeel, hij handhaafde de druk en was het doorgeefluik tussen de slachtoffers en de bedreigers. De samenwerking tussen verdachte en medeverdachten was bewust en nauw, gericht op het innen van de vorderingen met gebruik van bedreigingen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet als medepleger kon worden beschouwd omdat hij niet zelf dreigde en geen wetenschap had van de bedreigingen, maar het hof verwierp dit verweer. De Hoge Raad bevestigde dat het bewijs voldoende was om medeplegen vast te stellen en verwierp het cassatieberoep. Verdachte kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd, en een betalingsverplichting aan één benadeelde partij.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uren wegens medeplegen van poging tot afpersing en afpersing met bedreiging.