ECLI:NL:PHR:2012:BW9976
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vrijwillige terugtred bij medeplegen poging tot afpersing
Verdachte en een medeverdachte planden een overval op een cafetaria. Op de avond van de poging droegen zij donkere kleding, bedekten hun gezichten en waren gewapend met een mes. Toen de medeverdachte de cafetaria binnen ging en 'geld, geld' riep, keerde verdachte om en vluchtte. Het hof oordeelde dat verdachte zich niet op tijd en adequaat heeft teruggetrokken om de overval te voorkomen, aangezien de medeverdachte al bezig was met het openen van de kassalade.
Verdachte stelde zich op het standpunt dat hij zich vrijwillig had teruggetrokken, omdat hij angst kreeg en zijn geweten sprak, en dat dit volgens artikel 46b Sr tot vrijspraak moest leiden. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat vrijwillige terugtred vereist dat het handelen van de verdachte geschikt is om het intreden van het gevolg te beletten, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij medeplegen vrijwillige terugtred alleen geldt voor degene van wiens wil de omstandigheden afhankelijk zijn. Het feit dat de geldlade leeg was, is irrelevant omdat dit niet van de wil van verdachte afhing. Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende motivering en onjuiste rechtsopvatting in het verweer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot afpersing blijft in stand.