ECLI:NL:HR:2009:BF8844
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onduidelijkheid over vrijwillige terugtred bij poging doodslag door doorsnijden remleiding
De verdachte sneed op 4 maart 2005 de remleiding van de auto van twee slachtoffers door met het opzet hen van het leven te beroven. Ruim een uur later waarschuwde hij een van de slachtoffers telefonisch om niet met de auto te rijden. Het Hof verwierp het verweer van vrijwillige terugtred omdat de waarschuwing pas na aanzienlijke tijd plaatsvond en er in de tussentijd een reële kans bestond dat de auto gebruikt zou worden.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor vrijwillige terugtred bij een voltooide poging, waarbij het tijdstip en de aard van de gedragingen die het gevolg moeten beletten van belang zijn, evenals de waarschijnlijkheid dat het gevolg zou intreden tussen de uitvoeringshandeling en de terugtred. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door te stellen dat onmiddellijke actie vereist is en dat het oordeel van het Hof niet zonder meer begrijpelijk is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof voor zover het gaat om de kwalificatie, strafoplegging en schadevergoedingsmaatregel en ontslaat de verdachte van rechtsvervolging voor het primair tenlastegelegde feit. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor hernieuwde berechting van het subsidiaire tenlastegelegde en overige aspecten. De schriftuur van de benadeelde partij wordt niet behandeld wegens gebrek aan een duidelijke klacht.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor het primair tenlastegelegde feit en zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.