ECLI:NL:PHR:2012:BX1304
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging gesloten jeugdzorg en adequaatheid behandeling jeugdige met gedragsstoornissen
De zaak betreft een jeugdige geboren in 1994 met ADHD en oppositioneel opstandige gedragsstoornis, die vanaf 2008 onder toezicht stond en meerdere malen in gesloten jeugdzorginstellingen is geplaatst vanwege ernstig agressief gedrag en onttrekking aan noodzakelijke zorg. Bureau Jeugdzorg verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot gesloten plaatsing, welke door de kinderrechter en het gerechtshof werden bekrachtigd.
De jeugdige stelde onder meer dat hij onvoldoende individuele, op zijn problematiek gerichte therapie had ontvangen, wat in strijd zou zijn met het IVRK en EVRM. Het hof oordeelde dat ondanks moeilijkheden bij het vinden van passende behandeling, voldoende inspanningen waren verricht en dat de geboden therapie, waaronder de SWIVT-behandeling, adequaat was. Ook werd geoordeeld dat de gesloten plaatsing niet onzorgvuldig was en als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur was toegepast.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten, waaronder motiveringsklachten over het oordeel van het hof omtrent onttrekkingsgevaar, alternatieve hulpverlening, en de aard en duur van de behandeling. Het hof had de juiste maatstaven gehanteerd en zijn oordelen waren voldoende gemotiveerd en begrijpelijk. De klachten over onrechtmatigheid van eerdere separeerplaatsing en de behandeling werden niet gevolgd. De machtiging tot gesloten jeugdzorg en de behandeling werden als rechtmatig en passend beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de machtiging tot gesloten jeugdzorg en de adequaatheid van de geboden behandeling.